Middenboulevard terugdraaien? (deel 2)

Voor de verkiezingen heeft de VVD de belofte gemaakt om de tweede fase terug te draaien. De VVD heeft op 31 januari 2006 meegedeeld dat wanneer besloten wordt om de tweede fase in te gaan de VVD bij andere partijen steun zal zoeken om na de verkiezingen dit besluit ongedaan te maken.

Dames en heren deze meerderheid heeft de VVD gevonden.

In de commissie Raadszaken voorafgaand aan deze raadsvergadering hebben de commissieleden het raadsbesluit over de Middenboulevard van 31 januari 2006 opnieuw besproken. De vraag ook van vanavond is: “Hoe om te gaan met het raadbesluit van 31 januari 2006”.

Ik ben namens de fractie van de VVD in die bewuste commissievergadering enigszins kritisch geweest op de manier waarop het college met het raadsbesluit van 31 januari 2006 wenst om te gaan. De VVD wil namelijk duidelijk zijn en rust creëren voor de bewoners die al vele jaren bij ieder plan in onzekerheid zijn gebracht over de toekomst van hun woongenot.

Het vorige college, met portefeuillehouders Demmers en Hoogendoorn, wilde namelijk gedwongen sloop met in ruil voor de bewoners de zogenaamde kans om in een bruisend stukje Zandvoort midden in het duin te gaan wonen. Om dit te bereiken werden de bewoners beschuldigd van het denken in bedreigingen, en alleen voor eigen belang op te komen. De bewoners stonden volgens het vorige college de gehele toekomst van de badplaats Zandvoort in de weg en heel Zandvoort moest hiervan overtuigd worden. De geschiedenis is u allen bekend!

Helaas voor het vorige college is slechts een enkeling overtuigd geraakt van die zogenaamde kans voor Zandvoort. De verkiezingsuitslag betekende dan ook een forse winst voor de twee partijen die hebben beloofd de plannen te zullen terugdraaien.

Hoe de VVD wenst om te gaan met het raadsbesluit van 31 januari 2006 en de planvorming van de Middenboulevard laat ik weten met het indienen van een amendement. Voor ik dit amendement indien wil ik eerst ingaan op een aantal punten die in de commissie Raadszaken zijn besproken.

In het voorliggende raadsbesluit wordt voorgesteld het Ruimtelijk Functioneel Plan meer als verkenning dan als plan te beschouwen. Wethouder Bierman heeft in de commissie Raadszaken op de vraag, wat hier mee wordt bedoeld, aangegeven dat het mensen materiaal en de haalbaarheid ontbreekt in het huidige RFP. Eerst moeten deze punten worden toegevoegd wil het RFP ook een plan zijn. Op dit moment spreekt het college eerder over een Ruimtelijk Functionele Verkenning, het RFV.

De VVD wil een plan dat ook wordt gedragen door de belanghebbenden op de Middenboulevard en om dit kunnen bereiken dient de raad het huidige RFP te heroverwegen.

Het college heeft voorgesteld het voorontwerp, gebaseerd op de ruimtelijke onderbouwing van het huidige RFP, in procedure te brengen. De bewoners hiervan op te hoogte stellen met een brief en de inspraak op het voorontwerp bestemmingsplan te gebruiken als een creatief moment om simultaan met het maken van een bestemmingsplan de heroverweging te laten plaatsvinden.

Dit klinkt wellicht heel mooi, maar het heeft nogal wat consequenties. Allereerst dient het bestemmingsplan voor 14 december 2006 ter inzage te liggen. Het college spreekt over haast en een aantal risico’s die de gemeente loopt wanneer men niet op tijd het bestemmingsplan ter inzage legt. Ik wil toch duidelijk maken dat die risico’s die u noemde in de commissie voor de VVD minder belangrijk zijn dan de zorgvuldigheid van de afhandeling van de reacties op dit voorontwerp.

Vervolgens heeft de VVD nooit ingestemd met dit RFP en vindt het nog steeds een slecht plan. Dat u het toch wil gaan gebruiken voor het voorontwerp bestemmingsplan is dan ook meer dwang dan dat wij hier volledig achterstaan.

Dit neemt niet weg dat de VVD het volste vertrouwen heeft in het huidige college, en het creatief moment waar u over spreekt, aandachtig zal volgen.

De VVD beschouwd dit creatieve moment als het vervaardigen van een reactienota van het college op de nog plaats te vinden inspraak op het voorontwerpbestemmingsplan met daaraan verbonden de conclusies voor een andere invulling van het Ruimtelijk Functioneel Plan. Waarna de raad met ontvangst van deze reactienota een besluit neemt over de heroverweging van het RFP.

Graag uw reactie of ik de procedure zo goed heb verwoord.

Een ander belangrijk item voor de VVD is het laten vervallen van de peildatum van 1 januari 2005 in het garantieplan.

De VVD heeft voor de verkiezingen in de raadsvergadering van 31 januari 2006 overwogen dat de in het garantieplan opgenomen peildatum van 1 januari 2005 zorgt voor negatieve neveneffecten voor de huidige bewoners en dat deze effecten moeten worden tegen gegaan.

De VVD wil de peildatum schrappen uit het garantieplan. Het college heeft aangegeven zorgvuldig met het garantieplan te willen om gaan en zal desgevraagd met een nota komen. De VVD stelt dat zorgvuldigheid altijd voorop gaat, maar aan de ene kant stelt u creatief te zijn en bij de peildatum wilt u zorgvuldig zijn. Ook het schrappen van de peildatum heeft prioriteit, het zorgt namelijk al geruime tijd voor een verstoorde woningmarkt in het gebied. De bevriezing waarover u spreekt in de bewonersbrief biedt helaas weinig soelaas. De VVD vind dat de Raad de gedupeerden van deze peildatum tegemoet moet komen en de peildatum moet schrappen.

De positie van Vesteda in de procedure die u gaat volgen is nog steeds niet helder. Hoe kijkt Vesteda tegen de ingeslagen weg van het nieuwe college?

In de voorafgaande commissievergadering heeft een inspreker op de publieke tribune geopteerd om het aantal woningen die in het huidige RFP worden vermeld aan te passen. Daarop aansluitend wil ik weten welke vrijheid het college en uiteindelijk de Raad heeft om het aantal te realiseren woningen in het plangebied aan te passen?

Of überhaupt iets aan te passen in het RFP?

Zo weet u en iedereen waar de bewoners aan toe zijn. En stelt u ook de kaders voor uw creativiteit in de procedure om het RFP te heroverwegen. Voor de VVD staan de belangen van de bewoners deze keer voorop!

In de raadsopdracht van 13 april 2006 staat iets wat cruciaal is voor de bewoners op de Middenboulevard. Namelijk dat gedwongen sloop via onteigening komt te vervallen met uitzondering van de situatie waarin 75% van de eigenaren/zakelijk gerechtigden in een uitwerkingsbevoegdheid daarmee instemt.

De VVD wil dit opnemen in het raadsbesluit en daarmee de raadsopdracht uitvoeren.

Ik stel dat een uitwerkingbevoegdheid gedurende 10 jaar dat het bestemmingsplan in werking is geldig blijft. In uw brief aan de bewoners schrijft u dat de situatie in het midden gebied wordt bevroren voor de komende 10 jaar.

Hoe zeker is deze garantie?

Ik wil u voorstellen de reactienota op de inspraak op het voorontwerpbestemmingsplan te gebruiken om aan te tonen of die 75% wordt gehaald, zo niet de huidige situatie positief te bestemmen!

Graag ook hier een reactie op!

Dit naar aanleiding van mijn inbreng in de commissie waar ik heb gevraagd naar uw reactie om geen uitwerkingbevoegdheid op te nemen voor het Favaugeplein, Engelbertsstraat en Badhuisplein en de situatie positief te bestemmen!

Het niet positief bestemmen van deze woningen zorgt naast het handhaven van de peildatum in het garantieplan voor veel problemen bij de verkoop van de woning. Ik denk dat het tijd is om deze bewoners rust te geven!

Tot zover de discussie in Raadszaken!

Nu wil ik overgaan tot het indienen van het amendement op het raadsbesluit Middenboulevard.

De raad der gemeente Zandvoort,

gelezen het voorstel inzake de Middenboulevard (agendapunt 8; OB/RO/06/6576);

gelet op artikel 147 b van de Gemeentewet;

gelet op artikel 1 sub b en artikel 34 lid 1 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad;

gelet op de discussie in de commissie Raadszaken en de door insprekers naar voren gebrachte argumenten;

Besluit

Het raadsbesluit van 31 januari 2006 over de Middenboulevard aldus aangepast opnieuw te nemen:

1. Kennis te nemen van het garantieplan, waarin verwerkt het raadsbesluit van 9 juni 2005;
2. Het college op te dragen de nu in het garantieplan genoemde peildatum van 1 januari 2005 te laten vervallen;
3. Het Ruimtelijk Functioneel Plan –waarin verwerkt het raadsbesluit van 9 juni 2005– te heroverwegen, zodat het niet wordt uitgevoerd in afwachting van de resultaten van inspraak op het voorontwerpbestemmingsplan;
4. In te stemmen met het in uitwerking nemen van de deelgebieden Palace e.o. en Watertorenplein met dien verstande dat ter plaatse overmaat aan bebouwing wordt vermeden;
5. De reacties op het voorontwerpbestemmingsplan bij de heroverweging te betrekken;
6. In te stemmen met voorbereidende, procesmatige werkzaamheden van een vervolgfase met daaronder een algemene oriëntatie op samenwerking met derde partijen, een communicatieplan en een model voor projectondersteuning;
7. Het college op te dragen de resultaten van de activiteiten onder de punten 2, 3, 5 en 6 aan de raad ter besluitvorming voor te leggen;
8. Gedwongen sloop via onteigening komt te vervallen tenzij 75% of een hoger percentage van eigenaren/zakelijk gerechtigden in een uitwerkingsgebied, daarmee instemt;
9. In te stemmen met tijdelijke projectondersteuning;
10. Vanuit particulier initiatief geëntameerde ontwikkelingen worden bij de planvorming in het plangebied betrokken;
11. Het college op te dragen te voorzien in de opvang van, naar oordeel van het college, schrijnende gevallen en de kosten daarvan onder te brengen in het Garantieplan;
12. In te stemmen met voorbereidingskredieten van € 70.000 en € 30.000, ter realisatie van de activiteiten onder de punten 4, 6, 9 en 10.

En gaat over tot de orde van de vergadering.
Zandvoort, 27 juni 2006

Ga naar deel 1!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s